Wambelbambel en de wambelbambels

Wambelbambel

De rest van de tijd was hij aan het schilderen in zijn kleine huisje, waarin één kamer als atelier was ingericht – het was een klein atelier, maar groot genoeg voor hem. Het liefst schilderde hij de zee. Die kon hij wel niet zien vanuit zijn huisje, maar omdat hij iedere dag twee keer de duin opklom wist hij toch prima hoe de zee eruit zag, en hij schilderde die dan ook na uit z’n hoofd.

Wat de mensen uit Duyndal ook mochten denken: Wambelbambel was een goed mens. En ondanks zijn gekke naam deugde hij wel degelijk – o, ja.

Op een ochtend toen hij zijn dagelijkse klim naar de duintop had gemaakt, zag hij in de verte op het strand iets vreemds liggen. Het was langwerpig en groot en kokervormig. Vanaf waar hij stond, leek het op een grote witte vis. Maar het kon ook wel een in kranten gewikkeld boordkanon zijn. Er spoelden daar vaak dingen aan die van schepen afgevallen waren, en Wambelbambel ging dan altijd kijken of er iets tussen zat dat hij kon gebruiken. Zo vond hij eens een hele partij linkerschoenen – maar daar had hij dus niks aan zolang er niet ook een partij rechterschoenen aanspoelde, en dat was tot op heden nog niet gebeurd. Ook had hij eens een kist met verftubes gevonden, en daar kon hij natuurlijk wél iets mee. Sterker nog: tot op de dag van vandaag schilderde hij regelmatig met verf afkomstig uit die kist.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *