De glimstenen van Steltstad

De glimstenen van Steltstad

Van de Vlakte van Apatolomië is nog nooit iets goeds gekomen. Daar kunnen ze in Steltstad over meepraten. Althans, daar zouden ze over mee kunnen praten, als Steltstad nog bestond, maar Steltstad bestaat niet meer. En dat kwam door… Nee, wacht, ik moet beginnen bij het begin.

Steltstad was een trotse, levendige en vrolijke stad, de glimmende parel van Zuid-Ofelië. Het was met veel moeite en met de moed en kracht van vele dappere mannen en vrouwen gebouwd in een ontoegankelijk moerasland. De Stelten, zoals de inwoners van deze stad genoemd werden, hadden daarvoor dikke dennen omgezaagd uit het Swartwoud, en van de lange stammen palen gemaakt. Op die palen waren hun huizen van hout en leem gebouwd, onderling verbonden met talloze touwbruggen en houten vlonders. Zo verrees het grootste deel van Steltstad hoog boven het zompige moerasland, fier en onkwetsbaar als een stad in de wolken.

Of nou ja, onkwetsbaar… Dat leek misschien wel zo, en de meeste Stelten hadden ook het gevoel dat niets hun machtige stad kon deren, maar in werkelijkheid moest de veiligheid van Steltstad dag in dag uit bevochten worden. Allereerst door stoere werkmannen – timmermannen, touwvlechters, houthakkers – die de palen, huizen en verbindingsbruggen onderhielden. Want het troebele water en de verstikkende dampen van het moeras tastten de palen aan, het hout verrotte en verpulverde, en moest dus steeds onderhouden en vervangen worden. Maar het moeras onder de stad was een duistere en gevaarlijke plaats; er lagen gifkikkers en tweekoppige slangen op de loer, en witte sneeuwalligators die uit de ijzige Zuiderdelta tot in deze moerassen waren doorgedrongen. En dan waren er nog de Zwergen van het Swartwoud; een akelig en haatdragend dwergenvolkje dat een gezworen hekel aan de Stelten had, omdat zij de bomen uit hun bos omhakten. Ze vielen de houthakkers geregeld aan, en hebben zelfs meermaals geprobeerd de stad zelf te belegeren, en de lange palen met bijlen en zagen omver te halen. Slechts dankzij voortdurende patrouilles van de dappere Gardianen van Ofelië in de moerassen rond en onder de stad, konden de mensen van Steltstad eeuwenlang veilig en vredig in hun hoge huizen leven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *