De draak in het trollenfort

De draak in het trollenfort (c) HANS KRILL

“Daar gaat-ie! Hijs de hozer!”

Kraterum de draak krijste zijn verschrikkelijkste krijs, maar de ridders van de Ofelische Garde waren niet meer bang van hem. Een ferme straal water werd naar hem toe gespuwd, en trof hem vol op de snuit. Het gekrijs ging over in klagend gegorgel, en met stevige slagen vloog de draak verder. De ruiters zetten de achtervolging in, terwijl de trekossen de hozer weer in beweging brachten.

Het leven van draken in Ofelië was beduidend zwaarder geworden sinds de uitvinding van de hozer. Dat was een groot houten bouwwerk op wielen, met daarin een enorme waterton, een pomp en een spuitslang, in hoogte en richting verstelbaar. Zwaarden, speren en pijlen – dat weet je denk ik wel – kunnen draken niet deren. Maar water! Brr, wat hebben ze daar een hekel aan! Nee, ze gaan er niet zomaar dood aan (al kunnen ze, net als andere wezens, wel degelijk verdrinken). Maar het ontneemt hen hun belangrijkste wapen, hun vurige adem. Als verzopen katjes zitten ze erbij wanneer ze de volle laag krijgen met een werktuig zo krachtig als de hozer.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *