Bebadilus en de Veerval

Bebadilus en de Veerval - (c) 2016 Hans Krill

De meerval legde uit wat eer betekende. Dat duurde even, maar de nacht was gelukkig lang, en de kikker luisterde aandachtig. “Maar als dat eer is”, zei hij toen de meerval eindelijk was uitgesproken, “dan denk ik dat ik dat niet hoef.”

“Waarom niet?”

“Nou, wij kikkers zijn geen eervolle dieren. Wij eten slechts bromvliegen, en gedragen ons ook bijzonder sluw en laaghartig om die te vangen.”

“Dat geeft toch niets?”

“Jawel. Een dier dat de eer heeft jouw honger te stillen, moet van beter huize komen. Ik ben het niet waard, echt niet. Ik ben een hoogst eerloos beestje.”

“Nou, nou! Nu moet je toch eens niet zo slecht over jezelf denken”, zei de meerval, die zowaar meelij begon te voelen voor het kleine amfibie. “Je bent heus de kwaadste niet. Wij halen allemaal sluwe streken uit om de maag te vullen, zeker als die met aandrang knort. Dat ik over ‘eer’ begon bijvoorbeeld…”

De kikker hief het voorpootje op en sloot dramatisch de ogen. “Nee, nee, zwijg maar! Je hoeft me niet te troosten. Zelfs de worm die daar beneden in het water kronkelt, verdient de eer om jouw honger te stillen meer dan ik dat doe.”

“Ach kikkertje toch, kwel jezelf niet zo… Maar wacht, wat zei je daar? Een worm – waar? Ah, daar… Wat een sappige…”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *